Het volgende intrigerende item hoorde ik langskomen op Radio 1, vanmiddag even na vijf uur:
Govert van Brakel: ‘Advocaat Generaal Jan K. wordt vervolgd door zijn eigen werkgever, het Openbaar Ministerie. Het OM verdenkt hem van het aannemen van smeergeld, oplichting en van valsheid in geschrifte. Cees Korvinus is zijn advocaat. Dag meneer Korvinus.’
Cees Korvinus: ‘Ja, goedemiddag.’
Van Brakel: ‘Ik zeg dat: aannemen smeergeld, oplichting, valsheid in geschrifte, gaat daar de zaak ook over?’
Korvinus: ‘ Dat zijn de beschuldigingen die door het Openbaar Ministerie zijn geuit en kennelijk naar buiten zijn gebracht. Ik kan u er dit van zeggen: mijn cliënt ontkent al die beschuldigingen.’
Van Brakel: ‘Ja, dat moet u natuurlijk zeggen want u bent zijn advocaat.’
Korvinus: ‘Nee, zo is het. Hij ontkent dat er sprake is van ambtelijke corruptie, hij ontkent dat er sprake geweest zou zijn van het aannemen van steekpenningen en hij ontkent de valsheid in geschrifte en de oplichting.’
Van Brakel: ‘Het is een zeer uitzonderlijke zaak dat iemand zo hoog in de justitie verdacht wordt van kwalijke zaken door zijn werkgever.’
Korvinus: ‘Hij is buitengewoon gegriefd dat zijn eigen organisatie gemeend heeft hem op deze wijze te moeten beschuldigen.’
Van Brakel: ‘Nou is het zo dat onze justitieman, Robert Bas, die kent u wel, die zei vanmiddag in de uitzending dat de bronnen die betrokken zijn bij de zaak vertellen dat ze een keiharde zaak hebben tegen Jan K, maar u verwerpt dat blijkbaar.’
Korvinus: ‘Daar is geen sprake van. Het is zo dat mijn cliënt gedurende zeer veel jaren een buitengewoon gerespecteerde ambtenaar van justitie is geweest, alom gerespecteerd binnen de organisatie. En het is voor hem dan ook buitengewoon grievend dat er nu dit met hem gebeurt.’
Van Brakel: ‘Maar ja, waarom zou een OM, kennende die kwaliteiten, iemand die zo hoog in de rangen is gestegen dan willen aanpakken? Ik bedoel, dan zou je bijna iets anders verwachten.’
Korvinus: ‘Er speelt in deze zaak op de achtergrond veel meer dan ik u op dit moment kan vertellen.’
Van Brakel: ‘Dat vind ik jammer, want dat zou wat duidelijk kunnen maken.
Korvinus: ‘Ja, maar dat zal ongetwijfeld in de loop van de tijd wel naar buiten komen.’
Van Brakel: ‘Maar toch even vissen, is er dan sprake van een ordinaire ruzie tussen werkgever en werknemer die tot bij de rechter op andere fronten wordt uitgevochten? Waar moet je dan aan denken?
Korvinus: ‘Nou, u mag best wel denken aan, laten we zeggen, de verhoudingen binnen het Openbaar Ministerie en daarnaast is van belang dat mijn cliënt ook bezig is geweest met gevoelig onderzoek.
Van Brakel: ‘En dan gaat het over?’
Korvinus: ‘Meer kan ik u daar op dit moment niet over zeggen.’
Van Brakel: ‘Dat komt wel bij de rechter, denkt u, aan de orde?’
Korvinus: ‘Dat zal ongetwijfeld, op enig moment zal daar meer van naar buiten komen.’
Van Brakel: ‘Maandag al, want dan begint de zaak?’
Korvinus: ‘Ja.’
Van Brakel: ‘Ik begreep dat dat een zogeheten regiezitting was?’
Korvinus: ‘Ja.’
Van Brakel: ‘Wat is dat?’
Korvinus: ‘Nou, een regie of pro forma zitting … het Openbaar Ministerie heeft gemeend de zaak te moeten dagvaarden en daar zal aanstaande maandag over gesproken worden.’
Van Brakel: ‘Het klinkt als een beerput die open moet gaan.’
Korvinus: ‘Ja, mogelijk is dat een kwestie, zoals u het aanduidt, die meer betrekking heeft op de organisatie dan op betrokkene zelf.’
Van Brakel: ‘Dankuwel, meneer Korvinus.’
Korvinus: ‘Dankuwel.’
Spannend, hoe dan ook…