De Libris literatuurprijs 2009 is uitgereikt. Ik had het werk al eens opgepakt en ingezien op het Koningsplein. Brrrrr. Maar goed, toch een literatuurprijs voor Godverdomse dagen op een bibelebonse (o, nee, godverdomse moest dat zijn natuurlijk) bol van Dimitri Verhulst.
Zomaar een fragment:
In zijn halvelings kokende kop schuilt, behalve hier en daar wat snot, een 650 kubieke centimeter metende drek: hersenen, beveelheren van het neuken en het vreten.
650 kubieke centimeter pure levensvreugd, dat volume zou, jawel, zelfs nog wat groter mogen worden.
Gaat dat?
Maar er is niks om te bikken en de teven zitten vol of hebben kleintjes aan hun spenen hangen, hetgeen hen lusteloos en onvruchtbaar maakt. Als de melkproductie van de wijfjes niet wordt afgebroken laten ze zich niet bespringen, zo simpel zit het. En dus zit er maar één ding op: de kleintjes de kop in slaan. Infanticide!
Zie de uitgelatenheid waarmee het paar dagen oude, nog onder de baarmoederslijmen zittende schepsel bij de achterpoten wordt gepakt en met zijn hoofd tegen de stenen gesmakt. Het bloed gutst alle kanten op, de stront pruttelt eruit bij wijze van overlijdensact. Kindje dood. Eindelijk kan ’t zijn achtentwintig kilogrammen op de moeder smijten, zijn putlucht in haar tronie hijgen naast het lijk waar zij maar blíjft naar kijken.
Maar, als dat een troost mag zijn, lang hoeft de teef niet op haar tanden te bijten: ’t kreeg reeds een stijve van het moorden en ’t bezit geen woorden om zijn smeerlapperijen eerst nog wat te verpakken in hofmakerij.
Erin en eruit en gedaan. Dat is vooral veel tijd bespaard. Veel tijd, en veel gezeik.
En dan nu: eten! Maar wat? Er is niks te rapen in deze gore droogte en de honger is te groot om geduldig wat te scharten in de aarde naar een wortel. Het gras is rost en wordt meteen weer uitgekotst. ’t Heeft daar de maag niet voor. Ziet ’t er soms uit als een herkauwer, misschien? Vlees moet ’t hebben, er is geen andere keus! En ’t staart naar de lucht, zijn ogen doen er zeer van, en ziet de gieren schietvizieren cirkelen in het blauw dat zij beheersen. Dáár zou ’t moeten zijn.
De jury dacht er anders over, maar godverdomse, wát een bagger!