vrijdag, 15 mei 2009, 01:40...1:40 am

Aleid

Spring naar reacties

Ofwel hoofdredacteur Jan Bonjer van het AD liegt ofwel burgemeester Aleid Wolfsen van Utrecht heeft gelogen toen hij tijdens een raadsdebat vorige maand ontkende behalve het huis-aan-huisblad ‘Ons Utrecht’ ook het AD onder druk te hebben gezet  met de bedoeling een hem onwelgevallige publicatie te voorkomen.

Bonjer beschuldigt Wolfsen er in het AD van 13 mei namelijk van zich onparlementair en beledigend te hebben uitgelaten over een stadsverslaggever die een artikel over zijn pensionkosten wilde publiceren: ”Dat hij ook in onze richting heel ver ging in zijn uitlatingen mag duidelijk zijn.”

Ik heb vorige maand zowel de verhalen van Wolfsen als die van Tak*, Vink  en Bogers aangehoord en ik ben ervan overtuigd dat de laatsten het bij het rechte eind hebben en dat Aleid ten onrechte 17.000 euro heeft geïncasseerd als vergoeding voor pensionkosten, wat het ministerie van Binnenlandse Zaken daar ook over beweert.

De rechter behoort over de pensioenkostenkwestie het laatste woord te hebben en ik vind het dus terecht dat bestuursrechtdeskundige Vink aangifte tegen Wolfsen heeft gedaan wegens oplichting.

Verder is machtsmisbruik  door een wetsdienaar (want dat is hier in de eerste plaats aan de orde) onaanvaardbaar, zeker als de pers het slachtoffer is. Wolfsen had meteen moeten aftreden. Je vraagt je bovendien af hoe de man in het verleden al die jaren als rechter heeft gefunctioneerd.

Leefbaar Utrecht wil n.a.v. de uitlatingen van Bonjer het naadje van de kous weten.  Ik hoop dat ook de rest van de Utrechtse raad nu begrijpt dat hier een grens ver is overschreden.

* Tak is de emeritus hoogleraar bestuursrecht die na de burgemeester te hebben bekritiseerd door deze  werd neergezet als iemand die bekend zou staan als een charlatan.

Hier hoort en ziet u de visie van Tak op de zaak.

Lees hier wat bestuursrechtdeskundige Vink erover te zeggen heeft.

Hier leest u meer over de aangifte tegen Wolfson

Goed stuk van politicoloog Sebastiaan van der Lubben (Trouw)

Nog wat achtergrond:

2 Reacties

  • PERSBERICHT

    Omdat ik mij ernstige zorgen maak over de persvrijheid heb ik besloten dit persbericht uit te doen gaan.
    Aanleiding is dat, zoals bekend, in het kader van de discussie over de z.g. ‘dubbele woonlastenvergoeding’ van de Burgemeester van Utrecht, de heer Wolfsen, eerst de gehele oplage van een krant uit de handel is genomen en nu van een andere krant de betreffende journalist is overgeplaatst. De lauwe reacties in de media doen bij mij het vermoeden rijzen, dat niet de juiste feiten van deze ernstige kwesties bekend zijn. Ik acht het dan ook mijn plicht deze hierbij bekend te maken.

    Anders dan nu wordt gesuggereerd door het AD, ben ik géén bron van de berichtgeving over deze kwestie. Ik ben door twee journalisten onafhankelijk van elkaar benaderd voor deskundigenoordeel over door hen aangereikte feiten. Ik heb die feiten getoetst aan de regelingen en daarover mijn oordeel gegeven. Zelf heb ik de heer Wolfsen nooit ontmoet en na de diskwalificaties van mijn persoon (‘charlatan’) en werk (‘juridische quatch’) hoop ik hem ook nimmer te ontmoeten. Hetzelfde geldt voor de heer Bonjer van het AD, de door hem ten onrechte in bescherming genomen hoofdredacteur van het UN, de heer Kalmann, alsmede de door de heer Bonjer in eigen huis ingeschakelde journalisten die door hem met een onderzoek in deze kwestie werden belast. Zij allen hebben bijgedragen aan een bepaalde beeldvorming van mijn persoon en werk die ik als beschadigend heb ervaren, zonder dat een van dezen, zo min als de heer Wolfsen, ooit contact met mij heeft gezocht ter verificatie of bestrijding van mijn argumenten, hoewel ze daarover een negatief beeld hebben opgeroepen. Blijkbaar geldt de bescherming van integriteit en imago enkel voor bestuurders, niet voor wetenschappers.
    Voor alle duidelijkheid: mijn oordeel is door geen enkele collega bestreden.

    Mijn bevindingen zijn overigens zeer ernstig. Met medewerking van het departement van Binnenlandse Zaken blijkt op steeds grotere schaal misbruik te worden gemaakt van een reiskostenregeling ter bestrijding van dubbele woonlasten.

    Die regeling is voor de burgemeesters neergelegd in het Rechtspositiebesluit Burgemeesters (artikel 31) en in de Regeling rechtspositie burgemeesters (artikelen 3 en 4). Zij komt er kort gezegd op neer, dat nieuw benoemde burgemeesters, zolang zij niet beschikken over woonruimte in hun nieuwe standplaats (ook geen tijdelijke!), zij vergoeding krijgen voor reiskosten, en als zij moeten overnachten, zo nodig een hotel of pension. (Deze toestand mag overigens volgens de gemeentewet maximaal 1 jaar duren).

    Voor alle duidelijkheid: artikel 31 lid 2 Rechtspositiebesluit luidt letterlijk:
    “2. Indien de burgemeester na benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, heeft hij ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten”.
    En in een brief van 7 januari 2009 bericht de loco-burgemeester namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht aan de heer A. Wolfsen onder meer:
    “De toelichting bij dit laatstgenoemde artikel luidt – voor zover van belang – als volgt:
    ‘Dit artikel regelt de reis- en pensionkosten die de burgemeester maakt indien deze na benoeming nog niet over – al dan niet tijdelijke – woonruimte in de gemeente beschikt” (einde citaat).

    Met deze tekst en toelichting van de wet is derhalve iedere ‘pensionkostenregeling’ voor tijdelijke woonruimte, zoals tijdelijke huur, onverenigbaar.

    Daarnaast kunnen de burgemeesters wel nog tijdens de daadwerkelijke verhuizing, die echter maximaal 4 maanden mag duren, naast “direct uit de verhuis voortvloeiende kosten” (zoals transportkosten van de boedel, kosten van in- en uitpakken van breekbare zaken) een vergoeding krijgen voor “kosten in verband met dubbele woonlasten” tot maximaal € 272,27 per maand.

    Hoewel de wet (art. 66 lid 3 Gemeentewet) verbiedt dat een burgemeester buiten hetgeen hem bij of krachtens de wet is toegekend, als burgemeester inkomsten (in welke vorm ook) ten laste van de gemeente geniet, stimuleert de Minister van Binnenlandse Zaken niet alleen het misbruik van deze regeling, maar heeft zij aangekondigd deze nog uit te breiden ter bestrijding van de dubbele-woonlastenproblematiek en zo nodig langer dan een jaar te doen duren.

    Uitdrukkelijk opmerking hierbij verdient hierbij, dat deze regeling niet alleen geldt voor burgemeesters, maar soortgelijk ook voor de Commissarissen der Koningin (c.q. Gouverneur), en (van belang sinds de ‘dualiseringswet’, waarbij het optreden van ‘professionals’ is geïntroduceerd) de Gedeputeerden en de Wethouders. Dus voor alle topbestuurders van provincies en gemeenten.

    Omdat uit brieven van het ministerie blijkt, dat de Minister zich deze strekking van de regelingen zeer wel bewust is, heb ik haar op 16 april 2009 mijn bevreemding kenbaar gemaakt en om een toelichting gevraagd. Tot op heden heb ik evenwel geen inhoudelijke reactie ontvangen.

    Prof. A.Q.C. Tak

  • Dit lijkt mij volstrekt helder, maar ik ben bang dat in dit land steeds vaker de oogkleppen voor en de oordopjes in gaan als onrechtmatig of onfatsoenlijk overheidshandelen aan de orde wordt gesteld – hoe overtuigend ook, en ongeacht de autoriteit van de bron.

    Willekeurige vergelijkbare symptomen zijn wat mij betreft de bejegening van klokkenluiders zoals Spijkers en Bos (Balkenende: ‘Ik kan niets voor u doen’), het buiten werking stellen van grondrechten voor geselecteerde groepen burgers (bijvoorbeeld in het kader van de ‘huisbezoeken’ aan bijstandsgerechtigden en AOW’ers waar staatssecretaris Aboutaleb zo’n groot voorstander van is) en de desinteresse voor de burgerslachtoffers die vallen tijdens de acties in Afghanistan.

    Je krijgt de indruk dat het vrijwel niemand eigenlijk wezenlijk interesseert.


Reageer